Informatie vloerverwarming

Locatherm Zeewolde

VLOERVERWARMING wat is belangrijk en wat zijn de mogelijkheden!

Voor alle duidelijkheid deze informatie wordt gratis ter beschikking gesteld om te lezen, te versturen, downloaden of te kopiëren voor eigen gebruik. Vermenigvuldigen of een gedeelte hiervan met winstoogmerk is niet toegestaan.

Bij de opkomst van de vloerverwarming is er veel mis gegaan. Vele jaren is er verteld dat isolatie onder de buizen niet nodig is, omdat warmte alleen maar opstijgt. Jaren later kwam naar voren dat de champignons uitstekend groeiden in de kruipruimte. Veel mensen zijn door achterhaalde informatie op het verkeerde been gezet. Deze uitgebreide informatie is ontstaan omdat een warmte probleem bij een vloerverwarming, meestal veroorzaakt wordt door een te geringe toevoer van het cv-water naar de verdelerunit. U  beslist zelf wat u koopt.
Voorkom dat goedkoop uiteindelijk een dure aankoop wordt.

Vloerverwarming lijkt zo simpel, wat buizen in het cement en het wordt vanzelf wel warm. Maar let op! Door het ontbreken van voorschriften, wordt er onder de noemer vloerverwarming van alles verkocht, als het maar goedkoop is.

Wat wilt u? De goedkoopste, een duurzame, een energiezuinige of de beste prijs & kwaliteit verhouding.

Vloerverwarming is complexer dan wordt gedacht. Het begint al met de vraag: “Waar moet de vloerverwarming komen, welke hoogte is maximaal beschikbaar?”. Bij appartementen zijn er soms voorschriften van toepassing bij harde vloerbedekkingen met betrekking tot het voorkomen van contact geluiden.

Hieronder worden de begrippen uitgelegd. Middels het + teken vouwt de betreffende tekst uit.

WARMTE STRALING
Vloerverwarming, wandverwarming, glasverwarming en plafondverwarming zijn verwarmingen die gebaseerd zijn op warmteontwikkeling door warmtestralen. Warmtestralen gaan door de lucht en produceren alleen warmte als zij in aanraking komen met voorwerpen die niet transparant zijn. De wanden de meubels e.d. worden warmer en daardoor ook de luchttemperatuur. Hoe hoger de temperatuur van de warmtebron, des te sterker is de warmtestralingen. Bij stralingsverwarmingen ontstaat zelfs bij lage temperaturen al een aangenaam en behaaglijk gevoel.

Het in de sneeuw genieten van de warmte van de zon, is het beste voorbeeld van warmtestraling.

Het tegengestelde van warmtestraling is koude straling.
Muren die slecht zijn geïsoleerd stralen koude uit totdat de temperatuur gelijk is aan de ruimtetemperatuur.
Dit is goed merkbaar na terugkomst van een wintervakantie. De kamerthermostaat geeft aan dat de gebruikelijke temperatuur is bereikt, echter door de koude straling is het echter nog steeds niet aangenaam.

Koude straling komt ook voor bij grote glaspuien. Vooral bij (zeer) lage buitentemperatuur.

Vloerverwarming is door zijn zachte warmtestraling de meest economische en behaaglijkste vorm van verwarming.

De warmte van het water in de verwarmingsbuizen wordt door middel van warmtegeleiding overgedragen aan de vloer. De warmte gaat naar alle kanten, de hoogste temperatuur zit bij de buis en vanaf daar moet er steeds meer cementmassa worden verwarmd. Hierdoor wordt de gemiddelde temperatuur van deze cementmassa steeds lager. Hoe meer buizen er per m2 worden gemonteerd des te gelijkmatiger wordt de oppervlakte temperatuur van de vloer. Daar waar geen warmtegeleiding is gewenst, kan dat alleen worden voorkomen door op die plaatsen isolatiemateriaal aan te brengen. Alleen als de vloer een hogere temperatuur heeft dan de kamertemperatuur, is er warmtestraling met een zeer beperkte overdracht van warmte aan de lucht. Bij vloerverwarming wordt uitgegaan van een temperatuursverschil tussen aanvoer en retourwater van 8 tot 10°C terwijl bij vloerkoeling rekening gehouden dient te worden met een temperatuursverschil van ca.5°C.[/spoiler]

BASISVERWARMING (Bijverwarming of Comfortverwarming).

In principe is dit alleen bedoeld als een verwarming voor wat meer comfort en het voorkomen van een te koude vloer.

De warmteafgifte is meestal 40 – 50 watt/m2. De benodigde warmte komt primair via de radiatoren.[/spoiler]

HOOFDVERWARMING

De kamertemperatuur wordt geregeld door de warmteafgifte van de vloer. Volgens de huidige isolatienormen kan vloerverwarming uitstekend worden toegepast als “hoofdverwarming” zonder een radiator. Bij oudere woningen, met slechte isolatie, is de warmte afgifte van de vloerverwarming niet voldoende. Doormiddel van één of meerdere sierlijke radiator(en) te plaatsen kan dan ook op een kille avond snel warmte worden verkregen. Hierdoor kan ook, als volgens de berekening aanvullende verwarming nodig is, het hele stookseizoen de vloerverwarming gebruikt worden als de belangrijkste warmtebron, dus als “hoofdverwarming”. De warmteafgifte is meestal ca. 100 watt/m2.[/spoiler]

WARMTEAFGIFTE

Elke vloerbedekking heeft een andere warmtegeleiding, waardoor deze in combinatie met het temperatuursverschil tussen de ruimtetemperatuur en de gemiddelde oppervlakte temperatuur, de warmteafgifte per m2 wordt bepaald.

Hoe gelijkmatiger de oppervlakte temperatuur, des te hoger wordt de warmteafgifte per m2.

Op medische gronden mag op plaatsen waar personen staan en zitten de maximale oppervlaktetemperatuur van 29°C niet worden overschreden, randzones en gedeelten waar wordt gelopen zijn hiervan uitgezonderd.

Het gaat hierbij over de hoogste temperatuur en niet over het gemiddelde oppervlakte temperatuur.

Door de warmtestraling van de vloerverwarming ontstaat een aangenaam en behaaglijk gevoel bij een luchttemperatuur die ca. 2°C lagere is t.o.v. radiator of luchtverwarming, wat resultaat in een energiebesparing van ruim 12%.

Hoe groter de te verwarmen cementmassa is, des te groter wordt de warmte inhoud van de vloer. Bij een grote warmte inhoud van de vloer zal, ondanks het stoppen van de warmtetoevoer, de warmteafgifte nog lang doorgaan.
Hierdoor ontstaan er grote schommelingen van de kamertemperatuur, waardoor het energie voordeel verloren gaat.

Let op: een ruimtetemperatuur is wat anders dan een behaaglijkheids temperatuur, deze is meestal 2°C lager en als gevolg hiervan ontstaat een ca. 25% lagere warmteafgifte.[/spoiler]

NATBOUW of DROOGBOUW

Natbouw systeem, hierbij wordt veel water gebruikt en vergt het drogen een lange periode.

Gebruikelijk is dat over de verwarmingsbuis een laag cement of een speciale gietvloer wordt aangebracht

Droogbouw systemen hierbij kan meteen met de vloerafwerking worden begonnen.

De vloeropbouw bestaat meestal uit isolatiemateriaal met metalen warmte geleidingsplaten met een speciale laag voor het bevestigen van het keramiek/natuursteen; marmoleum; parket of laminaat, die geschikt zijn vloerverwarming.[/spoiler]

RANDZONE

Om de koude straling te compenseren bij een grote raam of bij een schuifpui wordt een kleinere buisafstand toegepast. Hierdoor ontstaat daar een hoger vloertemperatuur en daardoor een hogere warmtestraling.

Het toepassen van één of meerdere randzones bevordert in hoge mate de behaaglijkheid.[/spoiler]

KAMERTEMPERATUUR

Alleen bij een energiezuinige vloeropbouw is de installatie met een gewone thermostaat goed te regelen, zelfs met een nachtverlaging van maximaal 1,5° graad. Wordt ook de constructievloer verwarmd, dan kan het regelen van de kamertemperatuur een probleem worden.

Om onafhankelijk van de thermostaat nog warmte in andere vertrekken te krijgen, dient een weersafhankelijke regeling op de Cv-ketel te worden geïnstalleerd, eventueel per vertrek een klokthermostaat.[/spoiler]

VERWARMINGSBUIZEN

De kwaliteit van de verwarmingsbuis is bepalend voor de levensduur van uw gehele verwarmingsinstallatie. Gebruik daarom alleen diffusie dichte verwarmingsbuizen die bestand zijn tegen een continue temperatuur, die minimaal gelijk of iets hoger is dan de maximale temperatuur, die in de verwarmingsbuizen zou kunnen optreden(extra veiligheid).

De meeste fabrikanten leveren buizen met een garantieperiode van 10 jaar, inclusief alle gevolgschades indien een en ander te wijten is aan een fabricage fout bij het vervaardigen van de buizen. Dus uitgezonderd montage fouten.[/spoiler]

SOLOSYSTEEM

Dit systeem is ontwikkeld om op eenvoudige wijze een locale vloerverwarming te realiseren.

Het functioneert zonder vermenging van het water uit de vloer, het cv-water stroomt rechtstreeks door de verwarmingsbuis. Buislengte 16x2mm met 40 maximaal 60 meter goed voor max.10 m2. LET OP! Dit systeem werkt alleen bij modulerende ketels en niet bij Stadsverwarming. Er is een RTL ventiel nodig en de verwarmingsbuis moet bestand zijn tegen maximale ketel temperatuur. Met de thermostaat van het Soloblok wordt de gewenste retourwatertemperatuur ingesteld. Hoe hoger deze thermostaat staat ingesteld, des te warmer wordt de vloer.

De waterdoorstroming stopt zodra de ingestelde watertemperatuur is bereikt of als de Cv-ketel wordt uitgeschakeld.

VERDELERUNIT
De taak van de circulatiepomp in de cv-ketel is alleen het verplaatsen van het warme water naar de radiatoren en naar de grootste afnemer de verdelerunit van de vloerverwarming.
Wordt de verdelerunit aan gesloten op de dichtstbijzijnde cv-leiding, dan moeten alle radiatoren opnieuw worden ingeregeld.
Voorkom klachten, maak daarom altijd een rechtstreekse aansluiting voor de verdelerunit tussen de cv-ketel en de eerste aftakking naar de radiatoren.

Een Verdelerunit bestaat uit een paar buizen, een circulatiepomp en de noodzakelijke armaturen, de keuze van de materialen en de uitwendige afwerkingen zijn per fabrikant verschillend.Het vermengen van 2 waterstromen zoals bij een douche/badkraan lijkt simpel, maar in de praktijk is dit toch anders.

HET EERSTE mengprincipe is ontwikkeld door de firma Verkaart en werkte als volgt: Al het retourwater uit de vloer werd door de circulatiepomp in een buis geperst en in gesplitst in 2 stromen. Hiervan gaat er een rechtstreeks naar de retour Cv-ketel, de andere is voorzien van een afsluiter met een T stuk die door gaat naar de aanvoer verdeler. Op het T stuk zit de aansluiting voor de aanvoer vanaf de Cv-ketel. Dit eerste mengprincipe wordt niet meer toegepast.

HET TWEEDE mengprincipe is ontwikkeld door de heer Koens van de firma WTH. uit Alphen a/d Rijn.
De werking is als volgt: Bij al het retourwater komt ook het benodigde aanvoer Cv-ketel water. Dat geheel wordt door de circulatiepomp geperst in de aanvoer verdeler. Door een voetventiel op de aanvoerverdeler wordt bepaald hoeveel gemengd water er weer terug gaat naar de retour van de Cv-ketel.
De beveiliging bestaat uit alleen een Thermosstatische watertemperatuurregeling.
Na de komst van de pompschakeling op de cv-ketels (circa 1990), ontstonden er grote problemen bij de gebruikers van dit tweede mengprincipe. Dat kwam omdat de Cv-ketel in storing viel bij een gesignaleerde stroming in de cv-leiding, die werd veroorzaakt door de circulatiepomp van de verdelerunit. Dit tweede mengprincipe wordt nu nog door een enkele fabrikant gebruikt.

HET DERDE mengprincipe, oftewel het mengen vóór de pomp, is door mij in 1979 ontwikkeld en via Inter Agentura bv. in de markt gezet. Via een omweg ben ik na enige jaren weer terugkomen onder de naam Locatherm bv. De werking is als volgt: Van het retourwater gaat een deel naar de retour van de Cv-ketel, dat weer terug komt als warm/heet aanvoer Cv-water. Het geheel wordt door de circulatiepomp gemengd en geperst in de aanvoerbalk. Gevolg een constante doorstroming door de buizen van de vloerverwarming en al het gemengde water komt in de aanvoerverdeler. Dit derde mengprincipe is nu algemeen bekend als het hydraulische neutraal en/of het neutrale mengprincipe en is al jaren het meest gebruikte mengprincipe. De meesten weten niet dat dit mengprincipe is ontwikkeld met een drievoudige beveiliging. Bestaand uit: een Elektrische maximaal thermostaat, een Thermostatische watertemperatuurregeling en de Thermische water beveiliging.
Echter omdat vele fabrikanten de werking van de voor hen onbekende thermische water beveiliging niet begrijpen, hebben zij hun product gewoon aangepast en voorzien van de voor hen bekende tweevoudige beveiliging.

De Thermische Water Beveiliging is een belangrijke, maar gelijk tijdig ook de meest onbekende beveiliging.
Deze voorkomt dat er door de werking van de circulatiepomp van de cv-ketel, bij een stilstaande circulatiepomp van de verdelerunit, een stroming in de vloerverwarmingsbuizen ontstaat. Om die reden is er bij de constructie rekening gehouden met drie verschillende natuurwetten te weten:
1)  Soortelijk gewicht
, van heet/warm aanvoer ketelwater en dat van het retourwater
uit de vloer.
2)  Communicerende vaten,
deze is van toepassing op de groepen van de verdeler.
3)   Hydrostatische druk,
het verschil in gewicht van een kolom aanvoer ketelwater
en dat van een kolom kouder retourwater uit de vloer. De afstand vanaf de vloer tot
aan het hart van de retourverdeler = hoogte van deze kolom.
Om die reden zitten de twee cv-ventielen op het hoogste punt en de aanvoerverdeler op het laagste punt.
Deze beveiliging werkt alleen zolang de doorlaat tussen de twee cv-ventielen niet is verminderd.[/spoiler]

LAAG TEMPERATUUR VERWARMING
Zoals bekend wordt er bij het mengen van 2 waterstromen de toevoer van het koude water verminderd om de temperatuur van het gemengde water te verhogen.

Voor Laag Temperatuur Verwarming worden meestal zo genaamde LTV verdelerunits gebruikt met een regel/afsluitventiel en/of een gereduceerde doorlaat tussen de twee cv-ventielen. Echter door de hoge weerstand van het regel/afsluitventiel is het mengprincipe hierdoor niet meer neutraal maar is het nu actief. De beveiliging bestaat daardoor alleen uit een Thermostatische watertemperatuurregeling en een Elektrische maximaal thermostaat.

Voor Laag Temperatuur Verwarming is er nu een verbeterde menging, een zo genaamde voormenging.
Uiteraard met het neutrale mengprincipe en een drievoudige beveiliging. Dat komt omdat het warme aanvoer cv-water en het koude retourwater geïnjecteerd worden in een mengkamer. In die mengkamer is een regelbare klep geplaatst in het hart van de opening van het retourwater. Omdat deze klep een grotere diameter heeft dan de opening van het retourwater, wordt hierdoor de straal van het retourwater rondom deze klep volledig gespleten.
Daarnaast wordt ook nog de straal warme aanvoer cv-water gesplitst door spindel van de klep.

LTC verdeler met deze voormenging
LTC-VERDELER-LOCATHERM

Het mengprincipe blijft neutraal, zolang de doorlaat van aanvoer cv-water gelijk of iets groter is dan de vrije doorlaat tussen de regelklep en de opening van het retourwater.
De vrije doorlaat kan alleen worden verkleind, zolang er door de werking van de thermische water beveiliging geen ongewenste stroming in de leidingen van de vloerverwarming ontstaat.
Deze beveiliging is namelijk gebaseerd op de constructie en drie natuurwetten die gezamenlijk deze extra beveiliging vormen.
Pas als deze extra beveiliging niet meer werkt, is het mengprincipe actief geworden.

Vele duizenden LTC verdelers hebben bewezen dat een keteltemperatuur van 55°C geen probleem hoeft te zijn.

Het mengprincipe neutraal is in 1979 door de heer J.Veer ontwikkelt en bewust niet beschermd.
Deze efficiënte voormenging is beschermd, slaafse nabootsing wordt niet geaccepteerd.
Licentierechten worden alleen door Locatherm bv aan fabrikanten verleend.[/spoiler]

WARMTEPOMPEN

De werking hiervan is vergelijkbaar met een koelkast en een vriezer.

Bij de meeste systemen wordt grondwater opgepompt en via een wisselaar weer teruggevoerd. Er zijn plaatsen waar het verboden is om water op te pompen. Wij adviseren U om alleen een systeem toe te passen waarbij geen water wordt opgepompt maar waarbij alleen warmte kan worden onttrokken en/of warmte kan worden afgevoerd.[/spoiler]

WARME VLOER

Hierbij wordt de gehele constructievloer met een zeer grote massa verwarmd. Hiervan is sprake als de verwarmingsbuizen rechtstreeks op de geïsoleerde constructievloer komen of in sleuven die worden gefreesd waardoor:

A) Ook de constructievloer (de vloer waarop de binnen muren staan) met een gewicht van 400 tot 600 kg/m2 cementmassa wordt verwarmd. Het verwarmen van deze grote massa is erg traag. Als eindelijk de kamer op temperatuur is, blijft door de grote warmte-inhoud van de vloer, de warmteafgifte nog lang door gaan.

B) Ondanks een goed geïsoleerde constructievloer er veel warmteverlies ontstaat op de plaatsen waar de isolatie het dunst is. Circa 25% van uw kostbare warmte verdwijnt naar de kruipruimte, de fundering en via de spouw van de binnen en buitengevel. Bij Kanaalplaat -vloeren wordt ook de lucht in deze kanalen verwarmd. Als de openingen van die kanalen niet (goed) zijn afgedicht, ontstaat een luchtstroom van spouwmuur door de vloer naar de spouwmuur aan de andere zijde van de vloer. Door de wind wordt hierdoor het verlies van deze kostbare energie nog hoger.

C) Door het verwarmen van de vloer gaat deze uitzetten er kunnen er scheuren ontstaan in de muren die daarop staan.

Eventuele schade is alleen te voorkomen door het vermijden van te hoge en te grote verschillen van temperatuur.

FREESVLOER

Technisch gezien is dat gewoon een warme vloer, waarbij de verwarmingsbuizen net onder de plavuizen zitten. Voorkom dat boven de buis aan de oppervlakte de maximale temperatuur van 29°C wordt overschreden. 

Dus de hoogste temperatuur en niet over de gemiddelde temperatuur van de vloer oppervlakte. Door de sleuven dichter bij elkaar te frezen is een lagere watertemperatuur nodig en wordt vloer temperatuur gelijkmatiger.

VLOERVERWARMING

Bij een echte vloerverwarming dienen er voorzieningen te worden aangebracht om het uitzetten en krimpen van de cementlaag met de verwarmingsbuizen op te kunnen vangen. Langs de wanden komt randisolatie en op de constructievloer een folie waardoor de cementlaag met buizen zich niet kan hechten aan de constructievloer.

Vaak wordt hiervoor een warmtereflecterende folie met een foamlaag van 3 mm toegepast. Veel beter is om hiervoor een warmtereflecterende folie met foamlaag van 6 mm te gebruiken. Hierdoor worden contact geluiden naar de constructievloer verminderd en de isolatie sterk verbetert. Het isolatie verschil tussen een warmtereflecterende folie van 3mm en die van 6 mm is erg groot.[/spoiler]

ENERGIEZUINIGE VLOERVERWARMING

De (geïsoleerde) constructievloer is door een isolerende laag gescheiden van de verwarmingsbuizen, de functie hiervan is te vergelijken met het koken van aardappels in het water met een klein beetje water.

Hierdoor wordt:
A) Hoofdzakelijk alleen het cement van de afwerkvloer met een gewicht van ca. 150kg/m2 verwarmt.

B) Het warmteverlies naar de kruipruimte bij gemiddeld 2 cm isolatie laag met ruim 25 % vermindert.
De randisolatie langs de wanden dient om het uitzetten van de vloer op te vangen en beperkt het warmteverlies naar deze wanden. Door de geringe warmte-inhoud van de vloer is de warmteafgifte van de vloer goed regelbaar.

C) De vloerverwarming waarbij de verwarmingsbuizen met een 2 à 3 cm dikke isolatielaag is gescheiden van de geïsoleerde constructievloer verdiende in 1983 volgens het vakblad Verwarming en Ventilatie, het predicaat goed.

Door de onderlinge buisafstand te verkleinen wordt het opwarmen versneld en de benodigde watertemperatuur lager.
Hierdoor wordt de warmte-inhoud van de cementmassa minder en is de kamertemperatuur beter te regelen.

Een snelle opwarming met veel comfortabel woongenot ontstaat bij een onderlinge buisafstand van minimaal 10 cm.
Deze afstand vooral gebruiken voor ruimten met wisselende temperaturen.[/spoiler]

HOOGTE VLOEROPBOUW (voor toepassing in woningen)

Natbouw systeem: totale hoogte inclusief de dikte van vloerafwerking.

Volgens de Duitse DIN norm voor ”zwevende vloeren”, is de dikte van de cementdekvloer met plavuizen/natuursteen minimaal 4,5 cm plus de diameter van de vloerverwarmingsbuis. Voor de totale hoogte komt daar nog bij de dikte van de dikte van het te gebruiken isolatie materiaal. Als isolatiemateriaal alleen isolatiemateriaal toepassen met een hoge drukvastheid om inklinken te voorkomen. Met versterkingsvezels kan de hoogte met ruim 1cm verminderd worden.

Bij gebruik van metalen draadnetten en de Starplus reflectiefolie met een isolerende foamlaag van 6 mm(R=0,15) heeft de cementdekvloer een hoogte van 6,5 cm maar met gebruik van versterkingsvezels, kan de hoogte van de vloer verminderd worden tot een hoogte van minimaal 5,5 cm.

Droogbouw systemen hiermede kan meteen met de vloerafwerking worden begonnen.

De vloeropbouw bestaat meestal uit isolatiemateriaal met metalen warmte geleidingsplaten met meestal 2 lagen fermacell voor een verantwoorde puntbelasting.[/spoiler]

DILATATIE VOEGEN

Zowel bij “Natbouw” als bij “Droogbouw” systemen.

Deze dienen om de uitzetting van de vloer op te vangen. Het is niet te verwachten dat de uitzetting naar alle zijden gelijkmatig is. Daarom is het noodzakelijk om ook bij deuropeningen dilatatie voegen aan te brengen. Indien een oppervlakte groter is dan 40 m2 dient deze verdeeld te worden in 2 vlakken, waarbij de verhouding van de kanten niet meer dan 2 : 1 mag zijn. Haakse en Z-vormige vlakken dienen eveneens verdeeld te worden in vierkante resp. rechthoekige vlakken.[/spoiler]

OPTIMIZER / Pompschakeling

De werking is simpel en bespaard behoorlijk energie.

Als de cv-ketel geen warmte produceert dan wordt de cv- aanvoertemperatuur steeds lager, totdat de thermostaat van de optimizer de circulatiepomp van de verdelerunit uitschakelt. Als de cv-ketel ingeschakeld dan wordt hierdoor de temperatuur van de cv-aanvoertemperatuur hoger, waardoor automatisch de circulatiepomp van de verdeler weer wordt ingeschakeld. Elke dag dat er geen warmtevraag is geweest gaat automatisch de circulatiepomp even draaien om te voorkomen dat deze kan gaan vastzitten. Hij is simpel te monteren en is door de energie besparing snel verdiend.

Daarnaast wordt deze ook toegepast als het toegepaste mengprincipe actief is gemaakt, omdat de cv-ketel alleen kan gaan werken als de circulatiepomp van de verdelerunit is uit geschakeld. Zie Verdeler & Meng-unit.

VLOERBEDEKKING
De warmtegeleiding en warmteoverdracht van is verschillend en gebaseerd op:
Bij stenen en marmoleum vloeren op een maximale oppervlakte temperatuur van 29°C.
En bij houten en laminaten is de maximale vloertemperatuur van 26°C aan de onderzijde van de vloerafwerking, bij een hogere temperatuur gaat het hout/laminaat krimpen. De oppervlakte temperatuur is hierdoor altijd lager.

Als de vloerbedekking de warmte maar langzaam doorlaat wordt de warmteafgifte verminderd, maar wel wordt de constructievloer warmer waardoor het warmteverlies naar de kruipruimte, de spouw en de fundering groter wordt.
Beter is om de onderlinge buisafstand van de verwarmingsbuizen te verkleinen.
Uw leverancier dient U te kunnen u garanderen dat het ook geschikt is voor vloerverwarming.

Natuursteen of plavuizen: Hiermede worden met betrekking tot de warmteoverdracht het beste resultaat bereikt.
Linoleum & Marmoleum: Na natuursteen en plavuizen is dit een vloerbedekking die uitstekend geschikt is.
Indien over de gehele onderzijde gelijmd is dit uitstekend geschikt ook als hoofdverwarming.
Tapijt: Dit kan alleen als deze wordt gelijmd over de gehele onderzijde en als de rugzijde geschikt is voor vloerverwarming. Indien gelijmd kan dunne tapijt ook worden toegepast als hoofdverwarming.
Vloerbedekking met een foamlaag aan de rugzijde, of die wordt gespannen is niet geschikt.
Parket & Dikke planken: Bij voorkeur alleen als massief van droge harde houtsoorten zoals eiken, teak of merbau dat wordt gelijmd op een droge vloer.
Laminaat: Volgens voorschrift van de desbetreffende fabrikant verwerken.
Bij Droogbouw systeem kan dit onder voorwaarden worden toegepast worden als Hoofdverwarming.[/spoiler]

SYSTEEMGARANTIE VAN 10 JAAR

Deze blijft van toepassing op alle door ons geleverde complete systemen, Al enige jaren beperken wij ons tot de ontwikkeling van nieuwe producten, die geleverd worden aan fabrikanten resp. groot afnemers.

Deze informatie wordt ter beschikking gesteld om te lezen, versturen, downloaden of te kopiëren voor eigen gebruik. Vermenigvuldigen of een gedeelte hiervan met winstoogmerk is niet toegestaan.

Copyright Locatherm bv.